Ouderdomsaandoeningen

Antwoord op al uw vragen

Type 1 diabetes

Type 1-diabetes dient steeds en van bij het begin met insuline behandeld te worden.

DIABETESBEHANDELING ALS GEHEEL

Insuline is pas volledig doeltreffend als u ook aandacht besteedt aan wat u eet en als u regelmatig beweegt. Ook moet u constant controleren of uw bloedglucosewaarden goed zijn door het zelf meten en het zelf controleren van de bloedglucosespiegel.

GEZONDHEID ALS GEHEEL

U moet zich niet alleen bezighouden met uw diabetes. Het is ook goed om niet te roken, niet te veel alcohol te drinken en u op tijd te laten vaccineren. Als u een vrouw bent moet u zich minstens eenmaal per jaar door uw gynaecoloog laten controleren en als u een man ouder dan vijftig jaar bent, dan moet u uw prostaat door uw behandelend arts laten controleren.

EVENWICHTIGE BLOEDGLUCOSESPIEGEL

Aarzel niet uw arts te vragen binnen welke grenzen u zich moet houden. Streefwaarden voor behandeling zijn individueel. In het verloop van de ziektegeschiedenis kunnen ze eveneens variëren.

INSULINE EN VOEDING GAAN SAMEN

Het is een feit dat de bloedglucosespiegel stabiel wordt gehouden dankzij het evenwicht dat u bereikt tussen de insuline injecties en uw maaltijden. Insuline zal de bloedglucosespiegel laten dalen terwijl voeding die door de koolhydraten laat stijgen.

ANDERE FACTOREN WAARDOOR DE BLOEDGLUCOSESPIEGEL DAALT OF STIJGT

Factoren die de bloedsuikerspiegel laten dalen, zijn insuline, orale antidiabetica zoals biguaniden en acarbose – hoewel die slechts zelden gebruikt worden bij type 1-diabetes -net als bepaalde moleculen zoals aspirine in een hoge dosis, maar ook alcohol.

Factoren die de bloedsuikerspiegel laten stijgen, zijn voeding, hormonen (vooral glucagon, cortisol en adrenaline) die afgescheiden worden bij ziekte, stress, hypoglykemie, en enkele medicijnen zoals bepaalde voorbehoedsmiddelen of cortisone.

Insuline

Insuline wordt ingespoten met een onderhuidse prik. In de praktijk doet u dat zelf, waarna de insuline wordt opgenomen in de bloedbaan. Iedere soort insuline heeft zijn eigen snelheid om opgenomen te worden vanuit de huid naar de bloedbaan. Zo spreken we van snelle, ultrasnelle, trage en extra traag werkende insulines. Uiteraard wordt ingespoten insuline niet automatisch opgenomen als u aan tafel gaat en houdt de insulinewerking niet op tussen de maaltijden

Type 2 diabetes

DE BLOEDGLUCOSESPIEGEL VERBETEREN

Bij het behandelen van type 2-diabetes wordt niet alleen gestreefd naar het verbeteren van de bloedglucosewaarden. Door het verhoogde risico op hart- en vaataandoeningen moeten hier alle factoren die tot atherosclerose (aderverkalking) kunnen leiden, strikt bewaakt en behandeld worden, zoals bloedvetten en hypertensie. In eerste instantie denken we uiteraard ook aan het verbeteren van de bloedglucosespiegel. De doelstelling hangt af van de leeftijd en eventuele complicaties van de patiënt. De controle van de bloedglucosespiegel moet immers nauwkeuriger plaatsvinden als de patiënt jong is.

Bij complicaties met microangiopathie (aandoening van de kleine bloedvaten die vooral het netvlies en de nieren treft) moet een nog strengere controle uitgevoerd worden, ongeacht de leeftijd.

DE BLOEDDRUK VERBETEREN

Als u, zoals vaak bij type 2 diabetes, hoge bloeddruk heeft, zal het verbeteren van uw bloeddruk het risico op complicaties bij zowel microangiopathie als macroangiopathie (ziekte van de grote bloedvaten van hart, hersenen en de onderste ledematen) verlagen.

Er kunnen nog andere factoren een rol spelen (als u andere ziekten hebt bijvoorbeeld): u kunt dat het best bespreken met uw behandelend arts. Hij weet precies of met die factoren wel of geen rekening moet worden gehouden.