Ouderdomsaandoeningen

Antwoord op al uw vragen

ouderdom

Hoger opgeleiden met geheugenverlies hebben meer kans op een beroerte dan lager opgeleiden met deze klachten. Dat schrijven onderzoekers van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam in het wetenschappelijk tijdschrift Stroke van de American Heart Association.

Een beroerte is een acute beschadiging van de hersenen, door een afsluiting of een scheur van een bloedvat. Beroertes zijn de belangrijkste oorzaak van invaliditeit en een belangrijke doodsoorzaak. Uit eerdere studies blijkt dat een beroerte geheugenklachten kan veroorzaken en in het verlengde daarvan dementie. De onderzoekers draaiden dit verband om en onderzochten of geheugenklachten een vroeg signaal van een beroerte zouden kunnen zijn. Zij vonden inderdaad dat hoger opgeleiden met geheugenklachten 39% meer kans hebben op een beroerte en dat het geheugenverlies bij hen een duidelijke voorbode kan zijn van een beroerte.

Volgens de onderzoekers hebben de hersenen van hoger opgeleiden door training op jonge leeftijd een meer ontwikkelde cognitieve reserve. Dit betekent dat zij een bepaalde buffer hebben wanneer zij later getroffen worden door hersenziekten zoals dementie. Zij kunnen door hun beter ontwikkelde brein meer hersenschade incasseren. Wanneer zij last krijgen van geheugenklachten is er dus vaak al veel meer aan de hand en is er dus ook meer kans op een beroerte.

Iedereen vergeet wel eens wat en mensen moeten zich niet onnodig zorgen maken, benadrukken de onderzoekers. Van belang bij geheugenklachten op oudere leeftijd is of de klachten meer voorkomen en hinderlijker zijn dan voorheen. Dat is iets waar hoger opgeleiden en behandelde artsen rekening mee kunnen houden. Bij mensen met een hogere opleiding die last hebben van geheugenklachten kan het nuttig zijn om ook aan hart- en vaatziekten te denken en niet alleen aan (vasculaire) dementie.

 

Dat hoge hakken alles behalve een zege zijn voor je lichaam, zal wellicht niemand verbazen. Maar volgens een nieuw onderzoek van de Universiteit van Stanford zorgen ze er ook voor dat je gaat lopen als een oudere vrouw.

De studie, waarvan de resultaten gepubliceerd werden in het vakblad Journal of Orthopaedic Research, onderzocht veertien vrouwen die wandelden op platte schoenen, hakken van 3,8 centimeter en hakken van 8,3 centimeter. De vrouwen moesten ook wandelen met en zonder een vest dat even zwaar was als 20 procent van hun lichaamsgewicht.

Volgens de onderzoekers waren de knieën van de vrouwen die op hoge hakken liepen, vaker gebogen wanneer hun voeten de grond raakten. Hoe zwaarder de vrouwen, hoe groter de druk op hun knieën en hoe meer ze wandelden als een oudere vrouw. ‘Veel veranderingen die we vaststellen bij een toenemende hakhoogte en een hoger gewicht zijn gelijkaardig aan de veranderingen bij veroudering en bij de ontwikkeling van artrose’, zegt hoofdonderzoeker Matthew Titchenal. ‘Mogelijk zorgt het dragen van hoge hakken er ook voor dat het risico op snelle veroudering van gewrichten en artrose stijgt’.

Blauwe bessen toevoegen aan het dagelijks dieet kan de bloeddruk omlaag helpen. Sarah A. Johnson van de Florida-universiteit meldt, dat haar bevindingen suggereren, dat regelmatig blauwe bessen eten de verhoogde bloeddruk vertraagt. Zo zou de kans op hart- en vaatziekten dalen.

Johnson wilde kijken hoe negatieve gezondheidseffecten voorkómen en teruggedraaid kunnen worden. Het betreft vooral vrouwen na de menopauze. Volgens Johnson zijn vrouwen door de menopauze vatbaarder voor hoge bloeddruk. Voor een periode van 8 weken werden 48 vrouwen na de overgang met verhoogde bloeddruk willekeurig aangemeld om 22 gram gevriesdroogd blauwe bessenpoeder te gebruiken per dag. Aan het begin van het onderzoek controleerde het team de bloeddruk van de deelnemers. Aan het eind van de 8 weken hadden de deelnemers met het blauwe bessenpoeder gemiddeld 5.1 % afname in de hoge bloeddruk. Er was sprake van 6.3 % reductie in onderdruk. Een andere uitkomst van het onderzoek: het verwijden van bloedvaten nam toe met 68.5 %.

Boekweit zou de suiker (glucose) kunnen verminderen in het bloed bij mensen met diabetes. In studies zijn boekweit-extracten gevoerd aan ratten met diabetes. Bij de ratten daalden de glucosewaardes met 12-19%. Boekweit is een goedkoop en makkelijk te verkrijgen graan. Maar er is meer onderzoek nodig om te bepalen hoe boekweit de glucose-waarde verlaagt en wat precies het werkzame bestanddeel van de boekweit is.

Maar mensen met diabetes zouden het natuurlijk wel al in hun voeding kunnen opnemen. Zo kun je er b.v. pap of pannenkoeken mee maken of door een omelet verwerken.

In het Brusselse kankerziekenhuis ‘Jules Bordet Instituut’ werd voor het eerst in België een nieuwe techniek uitgevoerd die een heel vroegtijdige detectie en lokalisatie van een recidief van prostaatkanker toelaat. Het betreft een nieuwe vorm van medische beeldvorming met behulp van Positron Emissie Tomografie (PET scan) waarbij de patiënt vooraf een radioactief gemerkte molecule (radiotracer) krijgt toegediend die specifiek gericht is tegen een eiwit dat enkel en alleen voorkomt ter hoogte van de recidiverende prostaatkankerhaarden. Deze proteïne heet het Prostaat Specifiek Membraan Antigen (kortweg PSMA).

Door een PET scan uit te voeren één uur na de intraveneuze toediening van deze radiotracer kan op zeer gevoelige wijze het eventuele ziekterecidief in beeld gebracht worden.

Eenmaal de recidiefhaard gelokaliseerd is, kan vervolgens eventueel een gerichte ingreep (heelkunde of radiotherapie) uitgevoerd worden in een poging om de overlevingskansen van de patiënt te verhogen.

In Nederland worden er jaarlijks ongeveer 8600 nieuwe gevallen van prostaatkanker opgespoord. Als er nog geen uitzaaiingen aanwezig zijn op moment van de diagnose wordt in eerste instantie de tumor heelkundig verwijderd (prostatectomie) of bestraald. In de opvolging wordt er echter tijdens de 10 jaar volgend op deze ingreep bij ongeveer 30% tot 50% van de patiënten een recidief vastgesteld op basis van het oplopen van een specifieke merker in het bloed (namelijk PSA : Prostaat Specifieke Antigen). In geval van een lichte stijging van de PSA waarde van de patiënt, dus in een fase waar het ziekterecidief nog in een zeer vroegtijdig stadium verkeert (PSA waarde minder dan 2.0 ng/ml), is het dikwijls zeer moeilijk om met behulp van de standaardonderzoeken (skeletscintigrafie, CT scan, magnetische resonantie) deze ziektehaarden te lokaliseren (bij minder dan 10% van de patiënten lukt dit). In geval van verder oplopen van het PSA wordt de patiënt soms doorgestuurd naar een gespecialiseerd centrum voor het uitvoeren van een PET-CT scan met fluor18-gemerkt choline. Deze techniek slaagt erin om de recidiefhaard(en) te lokaliseren bij ongeveer 40 % van de patiënten. Deze techniek is echter duur en weinig beschikbaar, omdat hiervoor een cyclotron (voor de productie van het isotoop Fluor-18) en een gespecialiseerd laboratorium noodzakelijk is (voor de radioactieve merking van de tracer).

De nieuwe technologie, kortweg Ga68-PSMA PET-CT, heeft 2 grote voordelen ten opzichte van de huidige diagnostische mogelijkheden:
1. Een veel hogere gevoeligheid voor detectie van beginnende recidieven (met PSA waarde lager dan 2 ng/ml) is 70%, zijnde 50% beter dan alle andere bestaande technieken samen (inclusief Choline-PET-CT)

2. De merking van de tracer gebeurt met Gallium-68, een isotoop waarvoor geen cyclotron, noch een gesofisticeerd laboratorium noodzakelijk is. Gallium-68 kan namelijk in-huis geproduceerd worden met behulp van een generator die slechts eenmaal per jaar moet aangekocht worden.

Deze nieuwe techniek zal in eerste instantie aangeboden worden binnen studieverband, waarbij alle gegevens nauwkeurig opgeslagen worden in databanken, zodat later de impact van deze techniek op de keuze van behandeling, alsook op de overleving van de patiënten opgemeten zal kunnen worden.

Een baan die gekoppeld is aan autoriteit kan bij vrouwen leiden tot een toegenomen risico op depressies. Bij mannen is er daarentegen sprake van een omgekeerde relatie. Dat is de conclusie van een onderzoek van wetenschappers aan de University of Texas en de Iowa State University bij achttienhonderd Amerikaanse mannen en vrouwen van middelbare leeftijd.

De onderzoekers merken op dat er maatregelen genomen dienen te worden om discriminatie, vijandigheid en vooroordelen tegenover vrouwelijke leiders te beperken om de psychologische kosten van een hogere professionele status terug te schroeven.

“Vrouwen met een leidinggevende functie, die de mogelijkheid hebben om mensen aan te werven en te ontslaan – vertonen significant meer symptomen van depressies dan bij seksegenoten zonder macht op de werkvloer,” zegt onderzoeksleider Tetyana Pudrovska, professor sociologie aan de University of Texas.

“Daarentegen hebben mannen met een leidinggevende functie minder symptomen van depressies dan soortgenoten zonder zeggenschap. Vrouwen zonder professionele autoriteit vertonen iets meer depressie-symptomen dan mannen zonder macht. Bij de leidinggevende functies vertonen vrouwen echter meestal veel meer symptomen van depressie dan mannelijke collega’s.”

Weerstand en vooroordelen

“Het is opvallend dat vrouwen in leidinggevende functies een aantal eigenschappen hebben die normaal de basis zouden moeten zijn voor een goede mentale gezondheid,” zegt professor Pudrovska. “Deze vrouwen hebben een hogere opleiding en salaris en beoefenen een prestigieus beroep. Bovendien leidt hun werk tot een grotere autonomie en tevredenheid dan bij seksegenotes zonder autoriteit.”

“Toch hebben ze in werkelijkheid een slechtere mentale gezondheid dan vrouwen met een lagere status. Er is echter vaak sprake van interpersoonlijke spanningen, problematische sociale interacties, negatieve stereotypen, vooroordelen en sociale isolatie en weerstand van ondergeschikten, collega’s en superieuren. ”

“Vaak wordt opgemerkt dat vrouwen in hogere posities de assertiviteit en het vertrouwen van sterke leiders ontberen,” benadrukt Pudrovska. “Wanneer ze deze karakteristieken toch laten blijken, worden ze op een negatieve manier als onvrouwelijke eigenschappen afgewezen. Dit probleem draagt bij tot een chronische spanning.”

“Mannen in leidinggevende posities moeten met minder stresserende factoren omgaan, aangezien ze niet moeten optornen tegen de weerstand en de negatieve stereotypes waarmee vrouwelijke collega’s vaak worden geconfronteerd. Mannen in een gezagspositie beantwoorden aan de verwachtingen rond status en mannelijk leiderschap wordt als een normaal gegeven ervaren.”